KIDinformatie.com
KIDinfo forum!!!


Weten van wie je afstamt.

Belang van het kind staat voorop!

Op 1 juni 2004 is de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in werking getreden. De nieuwe wet zorgt ervoor dat kinderen die via kunstmatige bevruchting zijn verwekt, makkelijker kunnen achterhalen van wie zij afstammen. Dit betekent dat de anonimiteit van eicel- of zaaddonoren ondergeschikt wordt aan het belang van het kind om te weten wie de biologische vader of moeder is.

Wat betekent dit concreet? Als er een bevruchting heeft plaatsgevonden met een donoreicel of met donorzaad, moet de behandelende kliniek enkele gegevens van de donor opvragen. De kliniek verstrekt deze gegevens vervolgens aan de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting. Daar komen de gegevens in een database te staan. Op verzoek van een kind, ouder of arts kan de Stichting bepaalde gegevens vrijgeven. Hoe dit precies in zijn werk gaat en welke voorwaarden hieraan zijn verbonden, leest u in deze brochure.

De nieuwe wet volgt het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en het Verenigde Naties-verdrag van de rechten van het kind. Er zijn nog een aantal landen die de anonimiteit van donoren beperken.


Moeten we het kind straks vertellen dat het afstamt van een donor?

Nee, dat is niet verplicht. U maakt zelf de afweging. Het is wel de bedoeling van de nieuwe wet dat er meer openheid komt, in het belang van het kind. Voor het kind kan het namelijk wezenlijk zijn om te weten van wie het afstamt.
Hieronder staan een paar overwegingen vóór openheid:

⇒ Als het kind van jongs af aan weet dat hij of zij een KID-kind is, wordt dat iets vanzelfsprekends.
⇒ Kinderen reageren vaak positief op het nieuws dat iemand zijn of haar ouders wilde helpen bij het krijgen van een kind.
⇒ Voor een kind kan het moeilijk zijn om te accepteren dat het geen biologische band heeft met één van de sociale ouders. Als de identiteit van de biologische ouder te achterhalen is, kan dit de acceptatie bevorderen.
⇒ Er is geen familiegeheim. Dit scheelt een hoop spanning in gesprekken met andere mensen ('Als ze er maar niet achterkomen').


Welke gegevens kan het kind opvragen?

Een kind van 12 jaar of ouder kan zelf gegevens opvragen bij de Stichting.
De Stichting verstrekt aan kinderen van 12 tot en met 15 jaar alleen fysieke en sociale donorgegevens. Voorbeelden van fysieke donorgegevens zijn het gewicht, de haarkleur en de kleur van de ogen. Voorbeelden van sociale donorgegevens zijn de opleiding, het karakter en de leefsituatie.

Als uw kind 16 jaar of ouder is, verstrekt de Stichting ook persoonsgegevens van de donor. Hierbij gaat het om de voor- en achternaam, de geboortedatum, het adres en de woonplaats.


Welke gegevens kan ik als ouder bij de Stichting opvragen?

Als uw kind jonger dan 12 is, kunt u fysieke en sociale donorgegevens opvragen bij de Stichting. Het kan zijn dat u dit voor uw kind wilt doen, of voor uzelf. Bij fysieke gegevens kunt u denken aan het gewicht, de haarkleur en de kleur van de ogen. Voorbeelden van sociale donorgegevens zijn de opleiding, het karakter en de leefsituatie.

De huisarts van uw kind kan bij de Stichting medische gegevens opvragen over de donor. Dit zijn bijvoorbeeld erfelijke gegevens en gegevens over ziekten in de familie van de donor.


Wat kunnen we doen als de donor weigert toestemming te geven voor het verstrekken van de gegevens?

Zelf hoeft u niet direct iets te doen. Eerst gaat de Stichting voor u na waarom de donor de gegevens niet wil verstrekken. Ook zal de Stichting aan uw kind vragen waarom hij of zij de gegevens wil hebben. Vervolgens bepaalt de Stichting welk belang het zwaarst weegt: het belang van de donor of van het kind. Meestal zal het belang van het kind voorop staan. Alleen als de donor zwaarwegende redenen heeft om de gegevens geheim te houden, zal de Stichting daarmee akkoord gaan.


Wat doet de Stichting?

De Stichting heeft als taak de donorgegevens op een centrale plaats te bewaren en beheren. De gegevens worden opgeslagen in een database en ten minste tachtig jaar bewaard. De donorgegevens kunnen alleen worden verstrekt aan directe betrokkenen: het kind, de ouders en de huisarts van het kind.

Op het moment dat er een verzoek binnenkomt bij de Stichting, wordt bekeken welke gegevens vrijgegeven kunnen worden. Het hangt bijvoorbeeld van de leeftijd van het kind af, welke gegevens hij of zij kan opvragen. Ook bekijkt de Stichting of de donor akkoord gaat met het verstrekken van gegevens. Als de donor bezwaren heeft, zal de Stichting onderzoeken welk belang zwaarder weegt: van de donor of van het kind. Meestal zal de wens van het kind om zijn afkomst te achterhalen, zwaarder wegen.

Een andere belangrijke taak van de Stichting is begeleiding en ondersteuning van ouders, kinderen [en donoren?. Hierbij kunt u denken aan begeleiding op het moment dat donorgegevens worden verstrekt. Of aan het voorbereiden van de eerste ontmoeting tussen uw kind en de donor.


Komen er door de nieuwe wet niet veel minder donoren?

Het is mogelijk dat het aantal donoren door de nieuwe wet afneemt, want sommige donoren hechten aan hun anonimiteit. Men probeert dit door een duidelijke voorlichting tegen te gaan.

In Nederland zijn vrouwelijke donoren zelden anoniem. Meestal is de eiceldonor een bekende van de 'sociale moeder', bijvoorbeeld een zus of vriendin. Voor vrouwelijke donoren verandert er dan ook weinig door de nieuwe wet. Het enige verschil is dat de donorgegevens aan de Stichting moeten worden verstrekt, zodat het kind altijd de gegevens kan opvragen.

Het is denkbaar dat donoren de openheid juist ook waardevol vinden. Het onderwerp wordt minder beladen; mensen kunnen straks makkelijker over kunstmatige bevruchting praten. Ook kan het waardevol zijn voor een donor om het kind te leren kennen, of om te weten welke ouders hij of zij met de donatie heeft kunnen helpen.


Moeten de donorgegevens ook aan de Stichting worden doorgegeven als....

- de kunstmatige bevruchting buiten een kliniek plaatsvindt?
- de donor een bekende is?
Ja. De donorgegevens moeten altijd aan de Stichting worden doorgegeven. Ook als de bevruchting buiten een kliniek plaatsvindt, of als de donor een bekende is.

De persoon of instantie die de kunstmatige bevruchting verricht (bijvoorbeeld de kliniek), moet de donorgegevens aan de Stichting te verstrekken.


Hoe zit het met eicel- en zaaddonaties vóór 1 juni 2004?

Elke donor kan tot 1 juni 2004 een verklaring indienen waarin staat dat hij of zij altijd anoniem wil blijven. In dat geval kan uw kind geen gegevens van de donor opvragen, ook niet als de nieuwe wet in werking treedt.

Als de donor geen verklaring heeft opgesteld, kunnen de gegevens worden opgevraagd bij de Stichting. Voordat de gegevens kunnen worden verstrekt, is wel eerst schriftelijke toestemming nodig van de donor.

De nieuwe wet geldt voor alle eicel- en zaaddonaties ná 1 juni 2004. Het moment van donatie is dus van belang, niet het moment van bevruchting. Een voorbeeld: de bevruchting vindt plaats in juli 2004. Voor de bevruchting wordt donorzaad gebruikt van januari 2004. In deze situatie is de nieuwe wet niet van toepassing.



Stichting Donorgegevens Kunstmatige bevruchting

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
CIBGCentraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg
Postadres:Postbus 16077, 2500 BB, Den Haag
Bezoekadres:Wijnhaven 16, 2511 GA, Den Haag
Tel.:070 - 340 60 59
Fax.:070 - 340 74 85
E-mail:m.biesot@minvws.nl
Werkdagen:maandag, dinsdag en donderdag







Valid HTML 4.01 Transitional
Valide CSS! eXTReMe Tracker