Zaadonderzoek
In de meeste gevallen bij een uitblijvende zwangerschap zal als eerste een zaadonderzoek plaatsvinden. Het zaad wordt onderzocht op het aantal spermacellen, beweeglijkheid en uiterlijke verschijning.
Het zaad wat in het laboratorium wordt onderzocht wordt verkregen middels masturbatie. Een zaadonderzoek is een momentopname, de kwaliteit van het zaad verschilt dus per onderzoek.
Ook kan bijvoorbeeld iets simpels als een griepje de kwaliteit van het zaad drastisch aantasten. Ik tik hierbij uit eigen ervaring, met 18 eicellen en 2 mislukte pogingen om 1 levende zaadcel te vinden stond ik in het VU te amsterdam.
Hierdoor eindigde voor ons de 3e ICSI poging in een enorm fiasco!!!
Na de griep wordt aangeraden om 3 maanden te wachten alvorens een zaadonderzoek uit te voeren.
Het aantal spermacellen.
De hoeveelheid zaadcellen is van groot belang voor de kans op een zwangerschap. Hoe minder zaadcellen, hoe kleiner de kans op bevrucuting van de eicel. 100 tot 200 miljoen zaadcellen per zaadlozing is normaal, ongeveer zo'n 20 tot 50 miljoen per milliliter, als er minder dan 20 miljoen zaadcellen per milliliter te vinden zijn dan spreekt men van Oligozoöspermie. Worden er geen zaadcellen gevonden dan spreekt men van Azoöspermie.
Beweeglijkheid (Motiliteit).
De beweeglijkheid is ook van groot belang voor de zaadkwaliteit. Een zaadcel moet zich door het slijm van de baarmoedermond, door de baarmoeder en de eileiders naar de eicel bewegen. (ongeveer zo'n 12 tot 17 centimeter). Een slechte beweeglijkheid wordt Asthenozoöspermie genoemd.
De uiterlijke verschijning (Morfologie).
Ook de vorm is van invloed op de kansen van bevruchting. De zaadcellen met de gunstigste vorm hebben een grotere kans om een eivel binnen te dringen. Elke man heeft zaadcellen met een afwijkende vorm. De vormen zijn: Normo (normaal), Terato, Piriform, Leptoform, Micro, Macro, Duplo en abnormaal Acrosoom. Heeft een man meer afwijkend gevormde zaadcellen dan spreekt men van Teratozoöspermie.
![]() De diverse vormen: Normo, Macro, Micro, Duplo enz. |
![]() Eerste foto: normaal acrosoom. Overige zijn abnormaal. |
Antistoffen.
Tegelijkertijd met het zaadonderzoek kan een mar-test of imt-test gedaan worden. Daarbij onderzoekt men of er antistoffen regen zaadcellen aanwezig zijn. Doorgaans kijkt men naar twee soorten antistoffen: IgA en IgG. Als deze antistoffen bij een groot percentage zaadcellen voorkomen is de kans op bevruchting mogelijk kleiner.
De uitslag.
Na 1 tot 2 weken is de uitslag bekend.
Mijn zaad is in 1997 3 maal getest en eind 2003 nog een maal na een spontane zwangerschap.
Zie hieronder de uitslagen om een indruk te krijgen.
| Sperma analyse: | 01-08-1997 | 29-08-1997 | 08-12-1997 | 22-12-2003 | Referentie waarden |
| Onthouding: Ejaculatietijd: Tijd afgifte: Tijd analyse: |
7 dagen 07:30 08:10 08:45 |
2 dagen 07:45 08:45 08:50 |
3 dagen 07:50 08:30 08:45 |
2/3 dagen 07:35 08:05 08:50 |
|
| Hoeveelheid: Kleur: Viscositeit: Ph |
4.0 ml Creme Normaal 8.1 |
2.5 ml Creme 1. Verhoogd 8.2 |
2.5 ml Creme Normaal 8.2 |
2.3 ml Creme 1. Verhoogd 7.9 |
>/= 2 ml >7.2 |
| Concentratie Spermatozoën: Aantal Spermatozoën: Concentratie Leucocyten: |
13 .10^6/ml 52 .10^6 0.9 .10^6/ml |
6 .10^6/ml 15 .10^6 1.7 .10^6/ml |
15 .10^6/ml 38 .10^6 1.3 .10^6/ml |
8 .10^6/ml 19 .10^6 0.4 .10^6/ml |
20 .10^6/ml 40 .10^6 1 .10^6/ml |
| Beweeglijkheid kwantitatief Goed:Traag:Onbeweeglijk Beweegljikheid kwalitatief: |
20 : 10 : 70 3- |
20 : 20 : 60 3 |
30 : 05 : 65 3- |
30 : 05 : 65 3- |
>40% Goed 3 - 4 |
| Morfologie Normaal: Abnormaal: |
0 % 100 % |
0 % 100 % |
0 % 100 % |
>/=30% Normaal | |
| Morfologie Normaal: Abnormaal: |
1 % 99 % |
>/=15% Normaal | |||
| mar-test IgG mar-test IgA |
Negatief |
Negatief |
Negatief |

