KIDinformatie.com
KIDinfo forum!!!


ZelfInseminatie (ZI).


Ontstaan ZI.

Zelfinseminatie is in Nederland in de jaren tachtig ingeburgerd. Hoeveel vrouwen gebruik maken van zelfinseminatie (ZI) is niet bekend, maar de indruk bestaat dat de verhouding KID/ZI bij lesbische vrouwen ongeveer fifty-fifty is. De opkomst van ZI hing samen met de tweede feministische golf, met name de vrouwengezondheidsbeweging. Naar Amerikaans voorbeeld ontstonden in Europa midden jaren zeventig de eerste zelfhulpgroepen. Deelname gaf vrouwen meer kennis over hun eigen lichaam, voortplanting en seksualiteit en maakte hen minder afhankelijk van medici.

In 1978 trad als eerste in Europa The Feminist Self Insemination Group in Londen in de openbaarheid. Een aantal leden had slechte ervaringen met 'deskundigen' van KID-instellingen of met het oppikken van een partner om zwanger te raken. De groep onderzocht de mogelijkheden van zelfinseminatie. Enkele homoseksuele mannen waren bereid donor te worden. De vrouwen brachten hun ervaringen naar buiten in een pamflet. Sindsdien groeide de belangstelling, ook in Nederland. Zelfinseminatie kan gemakkelijk worden uitgevoerd door lesbische paren en BAMmoeders. Het is gewoon thuis, zonder tussenkomst van het 'medische circuit' uit te voeren. Men kan hierbij gebruik maken van een bekende of onbekende donor.


Wanneer moet u insemineren?

Het is voor het bepalen van het inseminatietijdstip van belang om twee zaken in gedachten te houden:
⇒ zaadcellen houden in de eileider 48 tot 72 uur hun bevruchtend vermogen.
⇒ een eicel kan tot 10 á 12 uur ná de eisprong bevrucht worden.
Als uw donor bereid is onbeperkt te doneren, kunt u (als u een regelmatige cyclus hebt van ongeveer 28 dagen) tussen de tiende en zeventiende dag 2 á 3 keer insemineren (om de twee tot drie dagen). De zaadcellen zullen binnen enkele minuten in de eileider aanwezig zijn en liggen daar als het ware te wachten op de komst van de eicel. Omdat de zaadcellen minimaal 48 uur hun bevruchtend vermogen behouden is bijna zeker dat er zaadcellen met bevruchtend vermogen in de eileider aanwezig zijn op het moment dat de eicel beschikbaar komt.

Een andere optie is om te timen, zodat u vlak vóór de eisprong kunt insemineren. De donor moet dan wel op het juiste moment beschikbaar zijn Er zijn verschillende manieren om het moment van de eisprong te voorspellen.

Billings-test.
Met de zgn 'Billings- test' kunt u zelf het dradentrekkend vermogen van het baarmoedermondslijm testen. Vlak voor de eisprong is het slijm sterk 'dradentrekkend', tot meer dan 10 á 15 cm. Helaas lukt het niet iedereen de test zelf uit te voeren, maar als het lukt is het meegenomen.

Ovulatietest.
Aan de eisprong gaat een LH piek vooraf. LH is het Luteïïniserend Hormoon dat zorgt voor de eisprong. Het makkelijkst is de LH piek met een z.g.n. 'ovulatietest' in de urine aan te tonen. Deze tests zijn bij de drogist verkrijgbaar. Zodra de test positief is, moet u diezelfde avond insemineren. Het gebruik van ovulatietesten kunt u afstemmen op uw temperatuurcurves. Begin wel ruim op tijd met de urinetesten!

Temperatuurcurve.
Als u tevoren al enkele maanden tijd uw basale temperatuurcurve (BTC) hebt bijgehouden, heeft u een indicatie wanneer u doorgaans uw eisprong heeft. Voor een BTC moet u elke ochtend op hetzelfde tijdstip en vóórdat u uit bed komt, uw temperatuur rectaal opnemen en noteren. Na de eisprong,ongeveer in het midden van de cyclus, zal uw lichaamstemperatuur met ongeveer 0,5 ° stijgen.

Invriezen.
In ziekenhuizen en bij spermabanken gebruikt men meestal ingevroren sperma. Invriezen geschiedt in rietjes, die met een soort was worden dichtgemaakt en die vervolgens in vloeibare stikstof worden gehangen. Voor het gebruik wordt een rietje uit de vloeibare stikstof gehaald; het sperma ontdooit in enkele minuten, het wasuiteinde wordt van het rietje geknipt en op een injectiespuit geschoven, waarna het rietje in de vagina wordt ingebracht en leeggespoten, dicht bij de baarmoedermond.

In enkele ziekenhuizen en/of spermabanken is men bereid tot het invriezen van zaad van een eigen donor ten behoeve van zelfinseminatie. Dit heeft als voordelen dat de donor minder wordt belast en dat het sperma op ziekten (bijv. op HIV) getest kan worden. Een voorwaarde is dat na het ontdooien het sperma zo spoedig mogelijk dient te worden geïnsemineerd. Wie er de voorkeur aan geeft thuis te insemineren kan gebruik maken van kleine containers vloeibare stikstof, waarin de rietjes enkele uren kunnen worden bewaard. Een nadeel is dat het sperma iets aan kwaliteit verliest door het invriezen, dus de kans van slagen is kleiner.


Hoe moet u insemineren?

In de meeste gevallen is bij zelfinseminatie sprake van gebruik van 'vers' donorsperma. De meest eenvoudige manier van zelfinseminatie is wat sperma opzuigen in een rietje, bijvoorbeeld met behulp van een 5ml. injectiespuit zonder naald; het rietje zo diep mogelijk in de vagina brengen en het sperma eruit spuiten. In plaats van een rietje kan een flexibel slangetje worden gebruikt; dit heeft als nadeel dat het moeilijker te 'sturen' is bij het inbrengen in de vagina. Het verdient aanbeveling na een dergelijke inseminatie korte tijd te blijven liggen; een kwartiertje is voldoende om er zeker van te zijn dat veel spermacellen zijn doorgedrongen tot de eileider.

Een andere manier van zelfinseminatie is met gebruikmaking van een inseminatiecupje, dat is gemaakt van hard plastic. Er zit een slangetje aan met daarop een klemmetje. Op het einde van het slangetje past een dopje of een injectiespuit zonder naald. Het cupje zelf past op de baarmoedermond. Sommige vrouwen voelen zich onzeker bij inseminatie met een spuitje en vragen zich af of het zaad wel bij de baarmoedermond komt. In dat geval kan een cupje worden toegepast, hoewel er geen bewijs is van een betere werkzaamheid van het cupje.


Hoe gebruikt u het inseminatiecupje?

Met enig oefenen is het zelf in te brengen. Probeer eerst met de vinger de baarmoedermond te voelen en er helemaal omheen te gaan. Breng het cupje in met de open kant naar binnen gericht. Dit lukt het beste door met twee vingers tegen de achterwand van de vagina te drukken, richting anus. De achterwand van de vagina geeft goed mee en is niet gevoelig bij inbrengen. Als het cupje eenmaal door de opening heen is, zal het zich bijna altijd direct om de baarmoedermond vastzetten. Controleer dit door met de vingers rondom het cupje te voelen.

Als de baarmoedermond niet meer te voelen is kunt u ervan uitgaan dat het goed zit. Overigens is een dergelijke controle niet bij iedereen mogelijk, bijvoorbeeld als de baarmoedermond erg naar achteren ligt.

Haal hierna het dopje van het slangetje en zorg ervoor dat het klemmetje openstaat. Zet de lege spuit op het slangetje en zuig ongeveer 2 cc lucht op. Het cupje zuigt zich nu beter vast op de baarmoedermond. Maak dan het klemmetje dicht. Zuig het sperma in de spuit op en zet de spuit op het slangetje. Maak vervolgens het klemmetje weer open en spuit het sperma rustig door het slangetje naar binnen. Zet dan het klemmetje en het dopje weer op het slangetje, om teruglopen van het sperma tegen te gaan. Door het vacuüm dat is ontstaan zuigt de baarmoeder als het ware het sperma naar zich toe, en blijft het cupje op zijn plaats. U kunt dus direct opstaan.

Na een uurtje kunt u het cupje uit de vagina halen. Het vacuüm wordt opgeheven door met de spuit via het slangetje voorzichtig lucht in te spuiten, totdat het loskomt. Daarna kunt u door aan het slangetje te trekken, het cupje eruit halen. Lukt dit niet direct ga dan niet harder trekken, maar spuit iets meer lucht in en probeer het voorzichtig nog eens.

Het cupje hoeft niet steriel te zijn (de vagina en de baarmoedermond zijn dat per slot van rekening ook niet) maar het moet wel huishoudelijk schoon en droog bewaard worden. Spoel het cupje direct na gebruik om met lauw water, föhn het droog en bewaar het voor de volgende keer. Om infecties te voorkomen is het belangrijk het gebruik ervan strikt persoonlijk te houden.

Het cupje voorkomt teruglopen van sperma en schermt het sperma enigszins af van het zure milieu van de vagina. Volgens sommigen is dit een voordeel en wordt u op deze wijze sneller zwanger dan met een spuit. Het bewijs daarvoor is echter nooit geleverd. Iedere vrouw moet dus zelf uitmaken aan welke methode zij de voorkeur geeft.


Aanvullende informatie.

Het inseminatiecupje is van hard plastic. Er zit een slangetje aan met daarop een klemmetje. Op het einde van het slangetje past een dopje of een injectiespuit zonder naald. Het cupje zelf past op de baarmoedermond. Met enig oefenen is het zelf in te brengen. De cupjes zijn er in drie maten: small, medium en large.

Prijs per stuk ca. €27.50.

Volgens recente berichten zijn artsen geen voorstander meer van het gebruik van deze setjes. Ze geven soms problemen in het gebruik doordat het cupje zich te vast vacuüm zuigt op de baarmoedermond zodat het moeilijk te verwijderen is. En inseminatie via zo'n setje zou niet succesvoller zijn dan gewoon het gebruik van een plastic injectiespuitje (5ml. / zonder naald natuurlijk / verkrijgbaar bij de apotheek). U kunt de setjes of inseminatiecanules (soort plastic spuitje) verkrijgen via de firma Lettix.
En Medisch Centrum Barendrecht

Of Online:
zdlinc
homefertility








Valid HTML 4.01 Transitional
Valide CSS! eXTReMe Tracker